Geschiedenis osteopathie

Hoe kwam osteopathie aan zijn naam

Osteopathie heeft zijn oorsprong in de Verenigde Staten rond 1870 met als grondlegger dokter Andrew Taylor Still (1828-1917). Still was een klassiek geschoold arts die drie van zijn zonen verloor aan een meningitis-epidemie. Hij twijfelde aan de volledigheid van zijn kennis en leerde vervolgens het lichaam op een andere manier te bekijken. Still keek er niet alleen naar, maar probeerde er deel van uit te maken. Hij stal de lijken van Indianen waarop hij dissecties uitvoerde en kwam tot inzicht dat gezond weefsel een zekere mate van beweging moet vertonen en dat beperkingen daarin een nadelige invloed kan hebben op onze gezondheid.

Zijn experimentele bevindingen integreerde hij met zijn klassiek geschoolde medische werkwijze en zo ontwikkelde hij het osteopathisch concept. Still ontdekte een manier om met zijn handen weefsels met verminderde beweeglijkheid op te sporen en te behandelen. Deze behandelwijze was toen én is nu nog steeds actueel omdat het lichaam op een eenvoudige en subtiele wijze wordt aangezet om zichzelf te herstellen.

Still's behandelmethoden werden door de medische wereld niet geaccepteerd. Als gevolg daarvan werd in verschillende staten een verbod uitgevaardigd om osteopathie uit te oefenen. Uiteindelijk kon men niet om de resultaten heen.
Osteopathie is in Amerika sinds 1966 wettelijk erkend en geïntegreerd in de reguliere gezondheidszorg.
Via Engeland en Frankrijk kreeg osteopathie in Nederland en België meer en meer bekendheid.

De naam osteopathie ontstond door de samenvoeging van het woord "os" (bot) en het woord "pathology" (ziekte).
Dr. Still zei: "I wanted to call my science Osteopathy and I did not care what Greek scholars said about it."
Met andere woorden; de letterlijke vertaling van osteopathie zegt niets over de invulling van deze geneeswijze.
Bij osteopathie gaat het hem om het voelen naar de beweeglijkheid van weefsels (dus ook organen) en botten